Bij het inrichten van de beheersing van de organisatie is het belangrijk te weten waar de organisatie of het organisatieonderdeel voor staat; Wat dient zij te leveren en onder welke kwantitatieve en kwalitatieve criteria? Vaak heeft een organisatie een Jaarplan of een meerjarenplanning waarin de doelstellingen zijn vastgelegd.

Bij het bepalen van een stuurset voor een organisatie zijn deze opbrengsten en bijbehorende activiteiten bepalend voor hetgeen de organisatie gaat voortbrengen en waarop aldus gestuurd zal worden. Als de doorlooptijd van een levering van een dienst centraal staat, bijvoorbeeld boven het realiseren van een bepaalde marge, zal er vooral gestuurd worden op capaciteiten die de doorlooptijd beïnvloeden. Is de marge op de dienst bepalend dan is een beperkte wachttijd om daarmee de capaciteitsbenutting te optimaliseren een leidend stuurprincipe. Vandaar dat de te kiezen stuurgrootheden ook afgeleid moeten zijn van de primaire organisatie doelstellingen en afdelingsdoelstellingen.  Door deze stuurgrootheden goed te kiezen kunnen ook meerdere doelstelling worden ondersteund. Door bijvoorbeeld de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen, en deze ook te meten, kunnen de diensten bijvoorbeeld in een kortere tijd op het gewenste niveau worden geleverd en kan daarmee bijvoorbeeld ook de marge worden verbeterd (indien er een vaste prijs voor de dienst geldt).

Omdat doelstellingen voor organisatie bijna altijd uniek zijn is het belangrijk stil te staan bij de belangrijkste stuurgrootheden voor de organisatie als geheel en in het verlengde daarvan voor organisatie-eenheden en eventueel voor individuele functionarissen. Kortom de stuurset voor de organisatie.

Een valkuil is daarbij dat we graag direct het eindresultaat willen meten, zonder stil te staan bij de variabelen die dat resultaat bepalen. Vaak zijn dat activiteiten die met een bepaalde kwaliteit uitgevoerd moeten worden en waarvan de capaciteiten aan beperkingen onderhevig zijn. Slaan we de beoordeling van deze elementen als onderdeel van de stuur-set over, dan resteert slecht het ‘hopen’ dat het beoogde resultaat wordt behaald.

Een planning en control cyclus is dan ook afgestemd op de organisatie-doelstellingen en op de doelstellingen van organisatieonderdelen en soms zelfs op de doelstellingen voor individuele functionarissen in de organisatie. Start dus altijd bij de belangrijkste doelstellingen wanneer de stuurgrootheden gekozen worden. Betekent dit dat de stuurset dan niet meer kan wijzigen? De stuurset wordt steeds afgestemd op de prioriteiten die de organisatie stelt. Zo kan het voorkomen dat de stuurset tijdelijk wordt uitgebreid met de voortgang van een belangrijk project omdat daarmee de capaciteiten die de organisatie nodig heeft om haar doelen te bereiken wordt ingericht.  Soms is er ook vanuit toezichthouders of wetgevers tijdelijk extra aandacht voor grootheden nodig. De beheerscyclus dient dus ook zelf geëvalueerd te worden op het criterium of de inrichting daarvan nog steeds aansluit en bijdraagt aan de lange termijn organisatiedoelen.